mr. Ingrid Hermans
Advocaat bij Hermans Peters Law in UTRECHT
Mevrouw mr. I.V. Hermans, beter bekend als Ingrid Hermans, is werkzaam als advocaat in Utrecht. Haar praktijk richt zich op het burgerlijk recht en de algemene praktijk, waarbij zij cliënten bijstaat in uiteenlopende civiele procedures. Uit haar proceservaring blijkt een bijzondere betrokkenheid bij contractuele geschillen, vraagstukken rondom overeenkomstuitleg en zaken op het snijvlak van publiekrecht en privaatrecht.
Lid van
–
Rechtsgebieden
Algemene praktijk | Burgerlijk recht
Kantoor
Hermans Peters LawBeëdigd op
30-3-2018
Vergelijkbare advocaten
Opleiding
Hermans behaalde haar masterdiploma in de rechten, waarna zij de stap naar de advocatuur zette. Over de instelling waar zij studeerde en eventuele aanvullende opleidingen zijn geen gegevens beschikbaar.
Carrière
Op 30 maart 2018 werd Hermans beëdigd als advocaat. Vrijwel direct na haar beëdiging was zij actief in de rechtszaal: al in september 2018 trad zij op in een bestuursrechtelijke procedure voor de rechtbank Noord-Holland. In de jaren daarna bouwde zij haar praktijk verder uit, met zaken bij onder meer het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en de rechtbanken Rotterdam en Oost-Brabant. Zij is thans werkzaam als advocaat in Utrecht.
Cliënten, Casussen en Expertise
De zaken die Hermans behandelt, tonen een patroon van contractuele en civielrechtelijke geschillen waarbij overeenkomstuitleg een centrale rol speelt. Zo vertegenwoordigde zij in 2021 een eisende partij in een procedure over de uitleg van een cessieakte, waarbij het Haviltex-criterium de maatstaf vormde voor de vraag hoe de overeenkomst moest worden verstaan. In datzelfde jaar stond zij een eiser bij in een faillissementszaak rond een taxibedrijf: de procedure draaide om de vraag of een opdrachtgever zich kon beroepen op verrekening van leasetermijnen en of een eigendomsvoorbehoud op taxibussen rechtsgeldig was. In een meer recente zaak uit 2025 trad zij op namens een gedaagde vervoerder in een geschil met gemeenten over de verdeling van eigen bijdragen van gebruikers van collectief vraagafhankelijk vervoer op grond van de Wmo 2015; de rechtbank oordeelde dat de overeenkomst op onderdelen leemten vertoonde die moesten worden aangevuld.
Proceservaring
Recente uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2026:1444, Rechtbank Noord-Holland, 17-02-2026, 15/075164-25 en 15/123788-25 (ttz gev) en 15/095244-23 (vord tul) en 15/099515-23 (vord tul)
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht · raadsman
ECLI:NL:RBNHO:2026:1281, Rechtbank Noord-Holland, 04-02-2026, 15/159752-25
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht · raadsvrouw
ECLI:NL:RBOBR:2025:4994, Rechtbank Oost-Brabant, 06-08-2025, C/01/408727 / HA ZA 24-605
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel recht · advocaat
ECLI:NL:RBROT:2021:3215, Rechtbank Rotterdam, 24-03-2021, C/10/602467 / HA ZA 20-782
Rechtbank Rotterdam · Civiel recht · advocaat
ECLI:NL:RBROT:2021:1371, Rechtbank Rotterdam, 24-02-2021, C/10/571376 / HA ZA 19-319
Rechtbank Rotterdam · Civiel recht · advocaat
Beoordeling
0,0 van 5 sterren (op basis van 0 reviews)
Gratis gids: de juiste advocaat kiezen
Download onze tips voor het vinden van de beste advocaat.