mr. Patsy Hoppenbrouwers-Niesten
Advocaat bij Meesters van het Zuiden in VENLO
Mevrouw mr. P.A.T. Hoppenbrouwers-Niesten, beter bekend als Patsy Hoppenbrouwers-Niesten, is werkzaam als advocaat in Venlo. Haar praktijk richt zich op personen- en familierecht, arbeidsrecht en jeugdbeschermingsrecht, aangevuld met een specialisatie in mediation en arbeidsmediation. Binnen het familierecht behandelt zij uiteenlopende zaken op het gebied van echtscheidingen, alimentatie, omgangsregelingen, ouderschap en erkenning, alsmede vraagstukken van internationaal privaatrecht.
Lid van
Vereniging van Familierecht Advocaten Scheidingsmediators (vFAS)|Vereniging van Nederlandse Jeugdrechtadvocaten (VNJA)
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht | Arbeidsmediation | Personen- en Familierecht | Echtscheidingen, alimentatiezaken, omgangsregelingen | Internationaal privaatrecht | Jeugdbeschermingsrecht | Mediation | Ouderschap en erkenning
Kantoor
Meesters van het ZuidenBeëdigd op
30-7-2008
Vergelijkbare advocaten
Opleiding
Hoppenbrouwers-Niesten behaalde haar masterdiploma in de rechten, waarna zij de stap naar de advocatuur zette.
Carrière
Op 30 juli 2008 werd zij beëdigd als advocaat. Sindsdien bouwde zij haar praktijk op in Venlo, waar zij zich toelegde op de rechtsgebieden personen- en familierecht, arbeidsrecht en jeugdbeschermingsrecht. Naast haar werkzaamheden als advocaat is zij actief als mediator en arbeidsmediator, wat haar praktijk een breed karakter geeft op het snijvlak van juridische bijstand en minnelijke geschiloplossing.
Cliënten, Casussen en Expertise
Hoppenbrouwers-Niesten vertegenwoordigt cliënten in uiteenlopende procedures. Zo trad zij in april 2009 op namens een werknemer die een vordering instelde tot betaling van achterstallig loon tijdens ziekte. Op grond van artikel 7:629 lid 1 BW werd de vordering door de rechtbank toegewezen, waarbij ook de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW werd opgelegd. In september 2019 stond zij een verweerder bij in een procedure voor het gerechtshof Amsterdam over het ouderlijk gezag. De zaak draaide om de vraag of de moeder in de onmogelijkheid verkeerde het gezag uit te oefenen in de zin van artikel 1:253r BW. Het hof oordeelde dat dit niet was gebleken en dat de gesignaleerde zorgen over een ernstige ontwikkelingsbedreiging voor de kinderen in een ander wettelijk kader dienden te worden onderzocht.
Proceservaring
Recente uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2019:3465, Gerechtshof Amsterdam, 17-09-2019, 200.253.494/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel recht; Personen- en familierecht · advocaat
ECLI:NL:RBARN:2009:BI2469, Rechtbank Arnhem, 17-04-2009, 182646
Rechtbank Arnhem · Civiel recht · advocaat
Beoordeling
0,0 van 5 sterren (op basis van 0 reviews)
Gratis gids: de juiste advocaat kiezen
Download onze tips voor het vinden van de beste advocaat.