ECLI:NL:CBB:2022:128, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 22-03-2022, 20/234 — CBB:2022:128
Samenvatting
Klacht tegen accountant die man heeft bijgestaan in echtscheidingsprocedure. De accountantskamer heeft de klacht deels gegrond verklaard en een maatregel opgelegd van tijdelijke doorhaling van drie maanden, vanwege het handelen in strijd met de fundamentele beginselen van integriteit, objectiviteit, vakbekwaamheid en zorgvuldigheid en professionaliteit. Het College is van oordeel dat de werkzaamheden van de accountant hier het niveau van een vriendendienst overstijgen. De accountant heeft haar vakbekwaamheid aangewend en daarmee een professionele dienst verricht. Niet kan worden vastgesteld dat de e-mails die de accountantskamer als bewijs heeft gebruikt, onrechtmatig zijn verkregen. Het College volgt de accountantskamer in haar oordeel over de klacht, maar vindt de opgelegde maatregel van tijdelijke doorhaling voor drie maanden te licht, gelet op de omstandigheden van dit geval. Het hoger beroep is om die reden gegrond, voor zover het betreft de duur van de opgelegde maatregel en het College vernietigt de bestreden uitspraak in zoverre. Het College voorziet zelf in de zaak door alsnog de maatregel op te leggen van tijdelijke doorhaling voor zes maanden.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Varkenshouder mist procesbelang, maar krijgt €500 wegens trage rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:11750, Rechtbank Rotterdam, 07-10-2025, 10.309749.20
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:CBB:2025:430, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 26-08-2025, 22/2051
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:168, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18-03-2025, 22/2216
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
22 maart 2022
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
20/234
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CBB:2022:128