ECLI:NL:CBB:2022:298, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 07-06-2022, 21/686 — CBB:2022:298
Samenvatting
Boete opgelegd aan ggz-instelling wegens overtreding van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg). De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft aan appellante een boete opgelegd omdat deze behandelingen tegen psychische klachten veroorzaakt door problemen op het werk of in de privésfeer onder een andere noemer, namelijk als een ongedifferentieerde somatoforme stoornis, zou hebben gedeclareerd bij zorgverzekeraars en daarmee ten onrechte een vergoeding voor deze behandelingen zou hebben verkregen. De invulling van artikel 35 Wmg, die uiteindelijk plaatsvindt aan de hand van de DSM-IV-TR, was in dit geval over de periode waar het hier om gaat niet voldoende duidelijk, bepaald en kenbaar voor de medische uitvoeringspraktijk. Uit de medisch-wetenschappelijke inzichten zoals die naar voren zijn gekomen, valt de conclusie te trekken dat tot aan de doorwerking van de DSM-5 in de Nederlandse regelgeving, begin 2017, en dus in de periode waarop de boete betrekking heeft, nog steeds medisch verschil van inzicht bestond over de diagnose en behandeling van patiënten die langdurig, dat wil zeggen langer dan zes maanden, lichamelijke klachten hadden die verband hielden met werk- of privéstress (“burn-out”). Oplegging van een boete verdraagt zich niet met het lex-certa beginsel. Het College laat de boete daarom niet in stand.
Betrokken advocaten
mr. K.D. Meersma
appellant
mr. J.G. Sijmons
verweerder
mr. D.G. Tersmette
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2025:683, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19-12-2025, 25/627 en 25/632
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:5175, Rechtbank Noord-Nederland, 12-12-2025, C/18/250749 KG RK 25-370
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:27281, Rechtbank Den Haag, 24-11-2025, NL25.15376
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:18534, Rechtbank Den Haag, 06-10-2025, NL24.32236
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 juni 2022
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
21/686
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CBB:2022:298