ECLI:NL:CBB:2022:612, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13-09-2022, 20/796 — CBB:2022:612
Samenvatting
Appellant heeft als accountant goedkeurende controleverklaringen afgegeven bij de jaarrekeningen van een aantal - later failliet verklaarde - vennootschappen (investeringsfondsen). Bij aanvang van de controle heeft appellant door de onderneming een herstelplan laten opstellen vanwege zorgen over de continuïteit van het concern. Dit herstelplan is betrokken bij de controle van de jaarrekeningen. Driejaarstermijn. Geen aanknopingspunten dat de curatoren vóór 1 januari 2016 hebben geconstateerd of redelijkerwijs hebben kunnen constateren dat het handelen of nalaten van appellant (mogelijk) in strijd is met het bij of krachtens de Wab bepaalde of met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep. De klacht is daarom niet verjaard. Appellant heeft gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid. Dit klemt te meer nu de financiële belangen van derden groot waren. Appellant had zich aanzienlijk kritischer moeten opstellen. Het College acht - evenals de accountantskamer - de maatregel van tijdelijke doorhaling van de inschrijving in de registers voor de duur van één maand passend en geboden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2022:10287, Rechtbank Rotterdam, 23-11-2022, C/10/573452 / HA ZA 19-405
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2021:2034, Rechtbank Amsterdam, 24-02-2021, C/13/663897 / HA ZA 19-345
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2021:3476, Rechtbank Rotterdam, 27-01-2021, C/10/573452 / HA ZA 19-405
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2020:867, Gerechtshof Amsterdam, 17-03-2020, 200.254.531/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
13 september 2022
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
20/796
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CBB:2022:612