ECLI:NL:CBB:2023:380, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18-07-2023, 22/695 — CBB:2023:380
Samenvatting
De minister heeft artikel 2.2.2. zesde lid, van de TVL, toegepast bij het vaststellen van de omzet van de onderneming. Uit de gegevens van de Belastingdienst blijkt eenvoudig en duidelijk wat de omzet is waarvan aangifte is gedaan voor de omzetbelasting. De minister heeft deze gegevens daarom als uitgangspunt mogen nemen bij de berekening van de omzet in de referentieperiode. Bij het bepalen van de omzet die niet in de aangifte staat, maar die op grond van de financiële administratie wel als omzet in de referentieperiode moet worden beschouwd, heeft de minister de in 2018 vooruit gefactureerde omzet terecht niet toegerekend aan de referentieperiode.
Betrokken advocaten
mr. H.G.M. Wammes
J.W. Anker
mr. E. Brouwers
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:6, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13-01-2026, 23/1359
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23993, Rechtbank Den Haag, 20-11-2025, 23/4403
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:CBB:2025:615, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18-11-2025, 24/48
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RVS:2025:4410, Raad van State, 17-09-2025, 202405288/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 juli 2023
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
22/695
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:CBB:2023:380