ECLI:NL:CBB:2023:420, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 01-08-2023, 23/1395 — CBB:2023:420
Samenvatting
De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval niet is gebleken dat de onderneming een spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter maakt uit het bestreden besluit op dat het verbod om plant- en teeltmateriaal te verhandelden alleen dan geldt als verzoekster nalaat een volledige perceels- en gewasaangifte in te dienen via ‘MijnNaktuinbouw’. Dit betekent dat als de onderneming haar planten op de door Naktuinbouw voorgeschreven wijze aanmeldt en laat toetsen en keuren op kwaliteits- en fytosanitaire normen, zij haar planten in het handelsverkeer mag (blijven) brengen en deze planten niet zullen worden vernietigd. Van onomkeerbare gevolgen is de voorzieningenrechter dan ook niet gebleken.
Betrokken advocaten
mr. M. van der Ven
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:95, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 10-03-2026, 23/1394
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2026:98, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 10-03-2026, 23/189, 24/810 en 25/692
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:543, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 07-10-2025, 24/780
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:311, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20-05-2025, 24/777
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 augustus 2023
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
23/1395
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:CBB:2023:420