ECLI:NL:CBB:2024:286, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 23-04-2024, 22/807 — CBB:2024:286
Samenvatting
Financieel toezicht. Grondslag heffing kosten doorlopend toezicht. Hoger beroep. DNB heeft de heffing toezichtkosten over het jaar 2020 voor appellante vastgesteld op € 48.500,-. Op grond van het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019 (Bbft 2019) wordt het bedrag van de heffing voor trustkantoren als appellante bepaald aan de hand van de maatstaf “omzet”. DNB heeft hieronder verstaan de totale (groeps)omzet in 2019 van appellante. Het College is van oordeel dat de heffing is vastgesteld in overeenstemming met het Bbft 2019. Zowel de door appellante in haar opgave gespecificeerde post ‘honorarium’, als de post ‘doorbelaste kosten’ vallen als aanvullende werkzaamheden onder de jaarlijkse omzet en overige opbrengsten uit trustdiensten valt. Deze aanvullende werkzaamheden zijn trustdiensten in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Wtt 2018, omdat appellante deze werkzaamheden levert in combinatie met domicilieverlening. Exceptief toetsend oordeelt het College dat het Bbft 2019 op dit punt niet in strijd is met artikel 15 van de Wet bekostiging financieel toezicht 2019. De regelgever heeft er met het Bbft 2019 voor gekozen dat voor trustkantoren de hoogte van het jaarlijks in rekening te brengen bedrag aan de hand van de maatstaf omzet wordt bepaald . Deze maatstaf stemt overeen met de maatstaf die al vóór de nu vigerende regelgeving voor trustkantoren gold. Dat voor andere instellingen is gekozen voor een andere maatstaf betekent niet dat de maatstaf voor trustkantoren in strijd is met artikel 15 van de Wet. Het Bbft 2019 is op dit punt evenmin in strijd met algemene rechtsbeginselen. Het is vaste rechtspraak van het College dat de omstandigheid dat een andere maatstaf, staffeling of verdelingssysteem mogelijk was geweest niet met zich brengt dat de gekozen maatstaf onevenredig of willekeurig is. Van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel is geen sprake, omdat uit de regelgeving duidelijk is dat voor trustkantoren de omzet bepalend is en appellante erop bedacht had moeten zijn dat bij een toenemende omzet ook de heffing toezichtkosten stijgt. Het College bevestigt de aangevallen uitspraak.
Betrokken advocaten
Van Doorne UK, AMSTERDAM
Van Doorne, AMSTERDAM
Birkway, AMSTERDAM
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:9152, Rechtbank Amsterdam, 26-11-2025, 13/763438
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:5736, Rechtbank Amsterdam, 30-07-2025, C/13/770901 / KG ZA 25-465
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:5584, Rechtbank Amsterdam, 30-07-2025, C/13/754392 / HA ZA 24-839 van
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2024:2843, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-09-2024, 200.324.614_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 april 2024
Rechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
22/807
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CBB:2024:286