Juristi.nl
ECLI:NL:CBB:2025:326Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2025:326, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 10-06-2025, 23/1642 — CBB:2025:326

Samenvatting

Het College is van oordeel dat appellante meerdere wettelijke bepalingen van de Wtt 2018 heeft overtreden en dat DNB op grond van artikel 47 van de Wtt 2018 bevoegd was om aan appellante een aanwijzing te geven die strekt tot beëindiging van de overtredingen. De aanwijzing is in dit geval een geschikt noodzakelijk en evenwichtig middel, zodat geen sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel. Vervolgens komt het College tot het oordeel dat DNB de onderdelen A, B en D van de gedragslijn heeft mogen opleggen en dat deze voldoende duidelijk omschreven en proportioneel zijn. Het College concludeert dat het hoger beroep niet slaagt, dat geen (extra) schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt toegekend en dat DNB geen proceskosten hoeft te vergoeden. Het College bevestigt de aangevallen uitspraak.

Betrokken advocaten

mr. G.P. Roth

Finnius advocaten, AMSTERDAM

mr. P. Smith

Finnius advocaten, AMSTERDAM

mr. J.W.M. Hagelaars

Dirkzwager, ARNHEM

mr. R.H.J. van Houts

Dirkzwager, ARNHEM

mr. J. Roepnarain

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

10 juni 2025

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

23/1642

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:CBB:2025:326

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter handhaaft afkeuring 56 springkussens ondanks tegenstrijdige keuringsrapporten
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 mrt 2026
Bestuursrecht
CBB:2026:134
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 mrt 2026
Bestuursrecht
CBB:2026:132
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 mrt 2026
Bestuursrecht