Juristi.nl
ECLI:NL:CBB:2025:455Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2025:455, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 05-09-2025, 25/611 — CBB:2025:455

Samenvatting

Uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening van PostNL met betrekking tot de afwijzing van een aanvraag om een subsidie te verlenen in verband met de UPD-verplichtingen. De voorzieningenrechter ziet voorshands geen grond voor het oordeel dat sprake is van een verplichting van de minister om PostNL subsidie te verlenen. Die verplichting volgt niet uit de nationale wetgeving. De voorzieningenrechter betwijfelt daarnaast of de aan PostNL opgelegde verplichting om de UPD uit te voeren, op zichzelf een inbreuk kan vormen op artikel 1 van het EP. Zou dat in principe mogelijk zijn, dan is het vervolgens de vraag of de uitvoering van de UPD onder de huidige omstandigheden een onevenredige financiële last vormt die de minister verplicht tot compensatie. Uit wat PostNL over haar financiële situatie en de nettokosten van de UPD naar voren heeft gebracht, en gelet op de beoordelingsruimte waarover de minister beschikt bij het vaststellen van een rechtvaardig evenwicht, trekt de voorzieningenrechter op dit moment niet die conclusie. Daar komt bij dat, zelfs indien de minister in het licht van artikel 1 van het EP gehouden zou zijn om PostNL voor de uitvoering van de UPD te compenseren, hij zou beschikken over de nodige beleidsruimte met betrekking tot de mate waarin en de wijze waarop hij dat doet. Van een verplichting om financiële steun te geven is ook dan niet zonder meer sprake. De minister kan er namelijk ook voor kiezen andere maatregelen te treffen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is verder niet gebleken dat de situatie zo nijpend is, dat de minister om die reden gehouden is thans over te gaan tot (tijdelijke) subsidieverlening. Hieruit volgt dat de voorzieningenrechter geen grond ziet voor toewijzing van de gevraagde voorziening.

Betrokken advocaten

mr. E. de Krom

Allen Overy Shearman Sterling, AMSTERDAM

mr. A.B. van der Pol

Allen Overy Shearman Sterling, AMSTERDAM

mr. C.E. Schillemans

Allen Overy Shearman Sterling, AMSTERDAM

mr. J.E.W.A. Smit

Allen Overy Shearman Sterling, AMSTERDAM

mr. M.R. Botman

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE

mr. J. Kennis

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE

mr. M. Koppenol

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE

mr. M. Stoffer

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

5 september 2025

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

25/611

Procedure

Voorlopige voorziening

ECLI

ECLI:NL:CBB:2025:455

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter verwerpt eis VvE-bestuurder om herinschrijving met terugwerkende kracht
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 maart 2026
Bestuursrecht
Amsterdamse taxichauffeur moet €5.550 dwangsom betalen voor rijden zonder vergunning
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 maart 2026
Bestuursrecht
Varkenshouder mist procesbelang, maar krijgt €500 wegens trage rechtspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 maart 2026
Bestuursrecht
Rechter halveert boete boer om vergissing wachttijd medicijn
College van Beroep voor het bedrijfsleven·31 maart 2026
Bestuursrecht