Juristi.nl
ECLI:NL:CBB:2026:40Bestuursrecht

ECLI:NL:CBB:2026:40, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 03-02-2026, 22/377 — CBB:2026:40

Samenvatting

Hoger beroep. Drie boetes voor veehandel vanwege het (laten) vervoeren van schapen die niet geschikt waren voor het voorgenomen transport, omdat ze niet in staat waren zich op eigen kracht pijnloos te bewegen, zonder hulp te lopen en/of ziek waren. De minister heeft terecht vastgesteld dat de veehandel de overtredingen heeft begaan en was bevoegd de boetes op te leggen. De veehandel heeft niet aannemelijk gemaakt dat twee van de drie schapen met de gebreken waren geboren en zich zonder hulp en pijnloos konden voortbewegen. Het College ziet geen aanleiding om zelf een deskundige te benoemen. Het College is het eens met de rechtbank dat de veehandel voldoende mogelijkheden heeft gehad om zowel in de zienswijze als in bezwaar de bevindingen van de toezichthouders te betwisten als ook de motivering waarop dit oordeel is gebaseerd. Dit ondanks het geconstateerde zorgvuldigheidsgebrek vanwege het feit dat hij te laat in kennis is gesteld van de bevindingen van de toezichthouders. De rechtbank heeft de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten daarom terecht in stand gelaten. Het beroep op artikel 5:41 van de Awb (afwezigheid van alle schuld) slaagt niet. Volgens zijn nieuwe matigingsbeleid matigt de minister de boete als de overtreder niet binnen een bepaalde periode op de hoogte is gebracht van de onderzoeksbevindingen. De veehandel is het niet eens met de door de minister hierbij gehanteerde periode. Volgens het College is dit tegenwettelijk begunstigend beleid. Daarom toetst het College dat beleid en dus die periode niet aan het evenredigheidsbeginsel. De minister heeft zijn matigingsbeleid juist toegepast. Volgens dat beleid moet één van de opgelegde boetes worden gematigd met 10 %. Op verzoek van de minister verlaagt het College daarom die boete. De veehandel heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op grond waarvan de boetes op grond van artikel 5:46 van de Awb zouden moeten worden gematigd. Het College matigt de boetes (verder) in verband met overschrijding van de redelijke termijn.

Betrokken advocaten

mr. C.A. van Kooten-de Jong

Van Kooten Advocaten, MONTFOORT

mr. J.S. Geurtjens

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

3 februari 2026

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

22/377

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:CBB:2026:40

Bekijk op rechtspraak.nl