ECLI:NL:CRVB:2019:2921, Centrale Raad van Beroep, 05-09-2019, 18/2914 BPW — CRVB:2019:2921
Samenvatting
Appellante voldoet niet aan de in het beleid gestelde voorwaarden om vanaf 1 december 2005 in aanmerking te komen voor een vergoeding voor huishoudelijke hulp. Het betoog dat appellante niet de dupe mag zijn van de late en onjuiste besluitvorming van verweerder wordt niet gevolgd. Gelet op het financiële plaatje zou appellante ook bij een tijdige besluitvorming in 2005 niet hebben voldaan aan voorwaarden voor het toekennen van de voorziening. Schadevergoeding wegens schending van de redelijke termijn.
Betrokken advocaten
mr. J.C.M. van Berkel
verweerder
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2019:1288, Centrale Raad van Beroep, 04-04-2019, 18/1043 AOR
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2018:3658, Centrale Raad van Beroep, 15-11-2018, 17-5706 WUBO
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2018:3643, Centrale Raad van Beroep, 15-11-2018, 17/7107 WUBO
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2018:3148, Centrale Raad van Beroep, 11-10-2018, 17-3926 Wubo
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 september 2019
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
18/2914 BPW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2019:2921