ECLI:NL:CRVB:2021:1691, Centrale Raad van Beroep, 19-07-2021, 20/4197 AW — CRVB:2021:1691
Samenvatting
Mobiliteitstoeslag. Arbeidsvoorwaardenovereenkomst rechterlijke macht 2018-2020, in onderdeel 7 is opgenomen dat toegekende mobiliteitstoeslagen in vijf jaarlijkse stappen zullen worden afgebouwd en dat de instroom zal stoppen. Bij besluit van 13 oktober 2020 (bestreden besluit) heeft het bestuur appellante meegedeeld dat de haar toegekende mobiliteitstoeslag met ingang van 1 oktober 2020 zal worden afgebouwd gedurende een periode van vijf jaar in stappen van 20%. Anders dan appellante heeft betoogd, kan naar het oordeel van de Raad niet worden geconcludeerd dat aan de inhoud of de wijze van totstandkoming van artikel VI van het Besluit van 25 september 2020 zodanig ernstige gebreken kleven dat dit voorschrift om die reden niet als grondslag kan dienen voor het besluit van 13 oktober 2020. Met de uitgestelde inwerkingtreding en de jaarlijkse afbouw in vijf jaarlijkse stappen acht de Raad voldoende rekening gehouden met de algemene rechtsbeginselen en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het rechtszekerheidsbeginsel. In dit verband is van belang dat artikel VI van het Besluit van 25 september 2020 de neerslag vormt van de na overleg met de betrokken vakorganisatie, de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, gesloten arbeidsvoorwaardenovereenkomst. Aan een onderhandelingsproces over arbeidsvoorwaarden is, zoals de Raad vaker heeft geoordeeld, inherent dat over en weer sprake is van geven en nemen. De Raad overweegt dat in het midden kan worden gelaten in hoeverre in dit geval sprake is van een aantasting van het genot van een eigendomsrecht als bedoeld in artikel 1 van het EP. De Raad ziet, gelet op wat is overwogen, geen grond voor het oordeel dat niet wordt voldaan aan de in de rechtspraak van het EHRM gestelde eisen om gerechtvaardigd een inbreuk te kunnen maken op het genot van een eigendomsrecht. Het beroep van appellante moet ongegrond worden verklaard.
Betrokken advocaten
Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE
Sparkel advocatuur & mediation, 'S-GRAVENHAGE
mr. L. Deerenberg-Schurer
appellant
mr. L. Tilstra
appellant
mr. R.S.I. Lawant
mr. J.A.M. Berendsen-Huisman
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:13836, Rechtbank Den Haag, 30-07-2025, 686194 / KG ZA 25-515
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2024:11549, Rechtbank Den Haag, 24-07-2024, C/09/646995 / HA ZA 23-391
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2022:2457, Gerechtshof Den Haag, 13-12-2022, 200.314.864/01 en 200.314.902/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2021:944, Rechtbank Den Haag, 10-02-2021, C-09-580679-HA ZA 19-1011
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
19 juli 2021
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
20/4197 AW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:1691