ECLI:NL:CRVB:2021:1891, Centrale Raad van Beroep, 29-07-2021, 20/3259 AW — CRVB:2021:1891
Samenvatting
1) Hoger beroep ontvankelijk. 2) Om te komen tot het besluit tot boventalligverklaring, heeft het college terecht ten eerste vastgesteld dat betrokkene geen functievolger is. De rechtbank heeft geoordeeld dat dit standpunt juist is. Dit is geen geschilpunt (meer) tussen partijen. Vervolgens is van belang of betrokkene, conform de regels over het (her)plaatsingsproces in het eerder genoemde Sociaal statuut, op een andere passende of geschikte functie binnen de formatie van de gemeente had kunnen worden geplaatst. Pas als dit niet zo is, kan boventalligverklaring in dit geval aan de orde zijn. De rechtbank heeft dan ook terecht aan het college de opdracht gegeven om een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, waarin nader moest worden gemotiveerd of er voor betrokkene al dan niet een passende of geschikte functie was. 3) Nader besluit. De Raad is van oordeel dat het college met het nader besluit op concrete wijze inzichtelijk heeft gemaakt waarom er geen sprake was van een passende of geschikte functie voor betrokkene.
Betrokken advocaten
Vijverberg Advocaten, ZOETERMEER
mr. K. ten Broek
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:23668, Rechtbank Den Haag, 09-12-2025, 11709901 \ RL EXPL 25-9335
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:17393, Rechtbank Den Haag, 24-09-2025, 24_9866
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:4239, Rechtbank Rotterdam, 17-01-2025, 11321179 VZ VERZ 24-8254
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:7837, Rechtbank Rotterdam, 09-08-2024, 10814319 CV EXPL 23-31747
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 juli 2021
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
20/3259 AW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:1891