ECLI:NL:CRVB:2021:2517, Centrale Raad van Beroep, 08-10-2021, 20/31 AW — CRVB:2021:2517
Samenvatting
Met het bestreden besluit is door de korpschef een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. De korpschef heeft vervolgens bij besluit van 12 juni 2020 erkend dat hij niet tijdig een nieuwe beslissing op bezwaar heeft genomen en heeft appellant de maximale dwangsom toegekend en betaald. De korpschef heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat voor appellant, ware hij nog in dienst geweest, een passende functie beschikbaar was. De vertrekstimuleringspremie is daarom op goede gronden geweigerd. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, omdat geen sprake is van een onrechtmatig besluit als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb.
Betrokken advocaten
mr. F.A.M. Bot
appellant
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2022:66, Rechtbank Den Haag, 11-01-2022, AWB - 21 _ 3889
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:RBMNE:2021:5469, Rechtbank Midden-Nederland, 16-09-2021, UTR 21/2599
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:CRVB:2020:3267, Centrale Raad van Beroep, 17-12-2020, 19/4555 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:CRVB:2020:3217, Centrale Raad van Beroep, 17-12-2020, 19/4552 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 oktober 2021
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
20/31 AW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2021:2517