ECLI:NL:CRVB:2024:260, Centrale Raad van Beroep, 25-01-2024, 22/2022 AW — CRVB:2024:260
Samenvatting
Na bezwaar door appellant tegen de opgelegde straf van onvoorwaardelijk ontslag wegens zeer ernstig plichtsverzuim, heeft de minister met het bestreden besluit aan appellant de straf van voorwaardelijk ontslag opgelegd met een proeftijd van twee jaar. Onjuiste aangiftes gedaan. Sprake van ernstig plichtsverzuim gelet op de verhoogde graad van zorgvuldigheid die voor appellant geldt. De forfaitaire proceskostenvergoeding in bezwaar blijft in stand. Fiscaal juridisch advies valt onder de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Betrokken advocaten
mr. W.B. van Lingen
appellant
mr. R.J. Roelink
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2024:13982, Rechtbank Den Haag, 04-09-2024, C/09/649186 / HA ZA 23-535
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2024:2590, Gerechtshof Amsterdam, 16-07-2024, 200.240.168/01 200.241.208/01 200.241.690/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2022:2888, Gerechtshof Den Haag, 19-07-2022, 200.302.546/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2022:2448, Rechtbank Den Haag, 23-03-2022, C-09-540872-HA ZA 17-1048
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
25 januari 2024
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
22/2022 AW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2024:260