ECLI:NL:CRVB:2025:1676, Centrale Raad van Beroep, 11-11-2025, 24/307 PW — CRVB:2025:1676
Samenvatting
Afwijzing aanvraag. Contante geldstortingen op bankrekening. Bijstandbehoevende omstandigheden niet aannemelijk gemaakt. Niet in geschil is dat de bankrekening op naam van appellant stond en dat op de bankrekening in de periode van november 2020 tot en met februari 2021 in totaal € 18.110,- is gestort. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet beschikte of redelijkerwijs kon beschikken over het tegoed op de bankrekening, en dat het college de aanvraag daarom terecht heeft afgewezen.
Betrokken advocaten
mr. S.L.J.H. Stevenhaagen
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:6806, Rechtbank Den Haag, 26-03-2026, NL25.60824
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:7146, Rechtbank Den Haag, 18-03-2026, NL25.22880
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:7148, Rechtbank Den Haag, 18-03-2026, NL25.22877
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:5075, Rechtbank Den Haag, 11-03-2026, NL25.46138 NL25.14643
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 november 2025
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
24/307 PW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:1676