Juristi.nl
ECLI:NL:GHAMS:2008:BD3950Civiel Recht

ECLI:NL:GHAMS:2008:BD3950, Gerechtshof Amsterdam, 29-04-2008, 104.002.974 — GHAMS:2008:BD3950

Samenvatting

Onvoldoende is derhalve gebleken dat MBB de vervulling van de opschortende voorwaarde heeft belet door de afgifte van een bouwvergunning voor de bouw van een appartementencomplex met zes appartementen te belemmeren, zoals Konst ter onderbouwing van haar vordering heeft gesteld. Daarmee slaagt niet alleen grief II, maar komt ook de grondslag aan de vordering van Konst te ontvallen. De brief die de advocaat van Konst op 17 mei 2004 aan MBB heeft gestuurd en die door de rechtbank is aangemerkt als een ingebrekestelling, doet aan het voorgaande niet af. Deze brief kan naar het oordeel van het hof namelijk niet als een ingebrekestelling worden aangemerkt omdat uit de overeenkomst die partijen hebben gesloten niet volgt dat de bouwvergunning binnen een bepaalde periode zou moeten zijn afgegeven (vgl. HR 4 oktober 2002, NJ 2003, 257), zodat Konst hooguit kon eisen dat MBB binnen een bepaalde periode bepaalde acties richting de gemeente zou ondernemen teneinde de afgifte van een bouwvergunning te bevorderen.

Betrokken advocaten

mr. P.N. van Regteren Altena

appellant

Van Doorne, AMSTERDAM

mr. E.L. Kalis

appellant

Van der Steenhoven advocaten, AMSTERDAM

mr. H.J.D. ter Waarbeek

Ross Advocaten, ZEVENAAR

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

29 april 2008

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

104.002.974

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHAMS:2008:BD3950

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHAMS:2026:840
Gerechtshof Amsterdam·24 mrt 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:835
Gerechtshof Amsterdam·24 mrt 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:833
Gerechtshof Amsterdam·24 mrt 2026
Civiel Recht