ECLI:NL:GHAMS:2008:BH1943, Gerechtshof Amsterdam, 16-08-2008, 200.004.046 — GHAMS:2008:BH1943
Samenvatting
In grief XIII heeft Klaverblad aangevoerd dat de voorzieningenrechter haar vordering in reconventie tot veroordeling van NPI tot medewerking aan doorhaling van de hypothecaire inschrijving op het pand ten onrechte heeft afgewezen. Echter, het belang van Klaverblad bij deze reconventionele vordering en deze grief is komen te vervallen, aangezien de desbetreffende hypothecaire inschrijving als gevolg van de levering van 29 april 2008 is doorgehaald. Ware dit anders geweest, dan zou de vordering in reconventie evenmin voor toewijzing in aanmerking zijn gekomen, nu een voldoende spoedeisend belang bij deze vordering gelet op het hiervorenoverwogene naar het oordeel van het hof ontbreekt en de vordering zich bovendien niet leent voor behandeling in kort geding. De wijziging van deze eis in reconventie, zoals door Klaverblad na memorie van antwoord bij akte verzocht en waartegen NPI bezwaar heeft gemaakt, laat het hof niet toe. Immers, zoals door de Hoge Raad is beslist in zijn arrest van 20 juni 2008, C06/187HR, is de bevoegdheid tot verandering of vermeerdering van eis in hoger beroep beperkt in die zin dat men in beginsel zijn eis slechts kan veranderen of vermeerderen niet later dan in zijn memorie van grieven of van antwoord. Klaverblad heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit zou kunnen volgen dat hierop een uitzondering moet worden gemaakt. Ten overvloede merkt het hof op dat het door Klaverblad verzochte geen noodzakelijk sequeel van de vordering tot vernietiging van de uitspraak in eerste aanleg betreft. Er is integendeel sprake van een eiswijziging als bedoeld in artikel 130 lid 1 Rv in verbinding met art. 353 lid 1 Rv waarop voornoemd arrest van 20 juni 2008 ziet.
Betrokken advocaten
mr. W.H. Rypkema
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:OGHACMB:2026:32, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 24-02-2026, SXM2024H00007
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Civiel Recht
ECLI:NL:OGHACMB:2025:251, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 22-10-2025, SXM2023H00048
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Civiel Recht
ECLI:NL:OGHACMB:2025:67, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 01-04-2025, AUA2022H00264
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Civiel Recht
ECLI:NL:OGHACMB:2024:189, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 15-10-2024, BON2022H00053
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
16 augustus 2008
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.004.046
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2008:BH1943