ECLI:NL:GHAMS:2008:BH6377, Gerechtshof Amsterdam, 23-12-2008, 104.004.457 — GHAMS:2008:BH6377
Samenvatting
De arbitragecommissie had (in 2005) vast te stellen wat de in januari 2001 te verwachten transactieprijzen voor de toen nog te bouwen woningen waren en het stond haar vrij daaraan bij gebreke van hardere gegevens haar intuïtief deskundig inzicht ten grondslag te leggen. Zij heeft ook aangegeven tegen welke “harde” referentiegegevens zij dat intuïtieve inzicht heeft afgezet (te weten de in 2003 in feite gerealiseerde transactieprijzen). Weliswaar heeft Bon Groep destijds aangegeven waarop zij haar standpunt dat de prijzen wel substantieel gestegen waren, baseerde, te weten op cijfers van de NVM en op onderzoeksresultaten van Onderzoeksinstituut OTB van de Technische Universiteit Delft (OTB), maar de arbitragecommissie is daarop ook ingegaan en heeft gemotiveerd waarom zij aan deze gegevens niet de door Bon Groep bepleite conclusies verbond. Zij gaf aan en Bon Groep heeft dat niet bestreden dat de NVM-cijfers slechts betrekking hebben op bestaande bouw en niet op nieuwbouw, dat ze slechts inzicht geven in gerealiseerde prijzen en niet in prijsontwikkelingen en dat ze op alle transacties ongeacht de prijsklasse betrekking hebben (zie de brief van de arbitragecommissie van 27 september 2005 aan Bon Groep, door deze bij akte in eerste aanleg overgelegd als productie 5). Over de onderzoeksresultaten van OTB stelt de arbitragecommissie dat ze weliswaar op nieuwbouw betrekking hebben, maar dat ook deze cijfers geen inzicht in prijsontwikkelingen geven “omdat deze cijfers de gemiddelde gerealiseerde transactieprijzen aangeven van alle woningen door elkaar (duurdere en goedkopere woningen)” en “dat daarmee derhalve geen inzicht kan worden verkregen in de ontwikkeling van lokale marktomstandigheden” (zie de brief van de arbitragecommissie van 27 december 2005 aan Bon Groep, door deze bij akte in eerste aanleg overgelegd als productie 6). Aldus acht het hof de onderhavige beslissing genoegzaam gemotiveerd.
Betrokken advocaten
mr. M.J. Pesch
appellant
mr. B.E. Boertje
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2019:5157, Rechtbank Midden-Nederland, 08-05-2019, 7100102
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBMNE:2019:5159, Rechtbank Midden-Nederland, 08-05-2019, 7013902
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBMNE:2019:5158, Rechtbank Midden-Nederland, 08-05-2019, 7013882
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBMNE:2019:5160, Rechtbank Midden-Nederland, 08-05-2019, 7013918
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 december 2008
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
104.004.457
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2008:BH6377