ECLI:NL:GHAMS:2013:4177, Gerechtshof Amsterdam, 12-11-2013, 200.116.828/01 NOT — GHAMS:2013:4177
Samenvatting
De klacht van klaagster heeft mede betrekking op het handelen of nalaten van de notaris, verricht vóór de vervaltermijn van drie jaar als bedoeld in artikel 99 lid 12 (oud) van de Wet op het notarisambt, thans lid 15. Op die onderdelen is de klacht niet-ontvankelijk. Klaagster heeft haar stelling dat de notaris de afwikkeling van de nalatenschap niet goed heeft aangepakt niet nader - dat betekent anders dan de genoemde handelingen - onderbouwd, zodat dit onvoldoende aannemelijk is geworden. Hetzelfde geldt voor de stelling van klaagster dat de notaris niet voortvarend te werk is gegaan bij de afwikkeling van de nalatenschap. Door hetgeen partijen naar voren hebben gebracht, wordt het beeld geschapen dat klaagster en haar broer het telkenmale niet eens hebben kunnen worden over de verdeling van de nalatenschap. Het feit dat partijen in verschillende procedures verwikkeld zijn geraakt, bevestigt dit vermoeden. Dit kan de notaris niet worden verweten. De stelling van klaagster dat de notaris zich gelden van de boedel zou hebben toegeëigend onder meer ter voldoening van zijn honorarium is, tegenover de betwisting hiervan door de notaris, onvoldoende aannemelijk gemaakt. De klacht is op deze onderdelen ongegrond.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2018:2969, Rechtbank Oost-Brabant, 31-05-2018, 6475453 nr. 17 – 8487
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2016:809, Rechtbank Oost-Brabant, 18-02-2016, 4644649 EJ 15-598
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2015:6578, Rechtbank Oost-Brabant, 06-11-2015, wr 15-031
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2015:5943, Rechtbank Oost-Brabant, 14-10-2015, C/01/299403 / EX RK 15-186
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
12 november 2013
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.116.828/01 NOT
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2013:4177