Vrouw onder curatele kan geen ontslag curator afdwingen — GHAMS:2013:4759
curatele / beschermingsbewind / ontslag curator
Eiser / verzoeker
appellante [x], wonende te Amsterdam
Verweerder / gedaagde
curator [y]
Het hof bekrachtigde de beschikking van de kantonrechter: de curatele blijft gehandhaafd, de vrouw is niet-ontvankelijk in haar verzoek tot ontslag van de curator, en ambtshalve ontslag van de curator is niet gerechtvaardigd.
- Verzoek om omzetting van curatele naar beschermingsbewind afgewezen vanwege ernstige verstandelijke handicap die ook bescherming van niet-vermogensrechtelijke belangen vereist
- Persoon die wegens geestelijke stoornis onder curatele staat heeft geen wettelijke bevoegdheid om ontslag van de curator te verzoeken
- Geen grond voor ambtshalve ontslag curator: beschuldigingen van mishandeling onvoldoende onderbouwd, huuropzegging was door kantonrechter goedgekeurd
Samenvatting
Een vrouw van zeventig jaar, die al sinds 1997 onder curatele staat wegens een geestelijke stoornis, probeerde via de rechter haar curatele te laten omzetten naar een lichter beschermingsregime en tegelijkertijd haar curator te laten ontslaan. Het gerechtshof Amsterdam wees beide verzoeken af.
De vrouw betoogde dat zij na jaren van revalideren weer in staat zou zijn haar eigen zaken te behartigen. Ze wilde graag zelfstandig wonen en vroeg het hof de zware curatele te vervangen door een eenvoudiger beschermingsbewind, waarbij alleen haar financiën onder toezicht zouden staan. Een vertrouwenspersoon die haar regelmatig bezoekt, had zij al bereid gevonden die bewindvoerdersrol op zich te nemen.
Het hof ging daar niet in mee. Een psychologisch rapport uit 2013, opgesteld door een GZ-psycholoog, schilderde een duidelijk beeld: de vrouw heeft een verstandelijke handicap en functioneert cognitief op het niveau van een kind van acht jaar en sociaal-emotioneel zelfs op dat van een vierjarige. Ze wordt daardoor makkelijk overschat door haar omgeving, reageert impulsief en heeft dagelijkse begeleiding nodig om haar gedrag bij te sturen. Gelet op dit rapport oordeelde het hof dat beschermingsbewind onvoldoende bescherming zou bieden. De curatele biedt niet alleen bescherming van haar financiële belangen, maar ook van haar persoonlijke belangen, en dat is in dit geval noodzakelijk. De curatele bleef dan ook gehandhaafd.
Daarnaast verzocht de vrouw om ontslag van haar curator. Zij beschuldigde de curator van mishandeling twee jaar eerder, stelde dat de huurovereenkomst van haar vroegere woning zonder haar instemming was opgezegd en verweet de curator dat zij ten onrechte een mantelzorgcompliment op haar eigen naam had laten uitkeren, terwijl de vertrouwenspersoon van de vrouw dat compliment verdiend had.
Het hof verklaarde de vrouw op een formele grond niet-ontvankelijk in haar verzoek tot ontslag van de curator. De wet bepaalt namelijk dat iemand die wegens een geestelijke stoornis onder curatele is gesteld, niet zelf om ontslag van de curator kan verzoeken. Dat recht komt haar simpelweg wettelijk niet toe.
Het hof keek ook ambtshalve of er voldoende redenen waren om de curator alsnog te ontslaan. Dat bleek niet het geval. De beschuldiging van mishandeling was onvoldoende onderbouwd tegenover de gemotiveerde ontkenning van de curator. De opzegging van de huurwoning was bovendien vooraf goedgekeurd door de kantonrechter, mede op basis van een verklaring van het maatschappelijk werk dat de vrouw blijvend in het verzorgingshuis was opgenomen. En voor de bewering over het mantelzorgcompliment ontbrak elk bewijs. Het hof zag dan ook geen aanleiding om ambtshalve in te grijpen en bekrachtigde de beslissing van de rechtbank Amsterdam volledig.
Betrokken advocaten
mr. E.L.M. Straatsma
appellante
mr. S.C. Scherpenhuijsen
curator [y]
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2022:5569, Rechtbank Noord-Holland, 28-06-2022, 15/302125-19
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2017:15680, Rechtbank Den Haag, 14-12-2017, NL17.8631 en 17.8632
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBROT:2017:5517, Rechtbank Rotterdam, 30-06-2017, C/10/528646 / FA RK 17-4752
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2016:10083, Rechtbank Rotterdam, 30-12-2016, ROT 16/8199
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 december 2013
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
200.129.584/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2013:4759