ECLI:NL:GHAMS:2013:4801, Gerechtshof Amsterdam, 12-12-2013, 13/00140 — GHAMS:2013:4801
Samenvatting
Het Hof is, in tegenstelling tot de rechtbank, van oordeel dat artikel 6, tweede lid, onderdeel e, ten 1°, van de wet OB niet in strijd is met de Zesde Richtlijn voor wat betreft de toepassing van deze wettelijke bepaling op gevallen als het onderhavige, waarin een buiten de Europese Unie gevestigde ondernemer een dienst verricht aan een Nederlandse niet-ondernemer. Gezien de woordkeuze van de richtlijnwetgever, acht het Hof aannemelijk dat de term ‘dit artikel’ in artikel 9 lid 3, sub b, van de Zesde Richtlijn verwijst naar artikel 9 in zijn geheel en niet enkel naar het derde lid van deze bepaling. Het Hof vindt voor deze uitleg steun in de Franse vertaling van artikel 9, lid 3, sub b, van de Zesde Richtlijn, in de wijziging van de aanhef van artikel 9, lid 3, van de Zesde richtlijn per 1 juli 2003, in de wetsgeschiedenis van de Zesde Richtlijn en in het arrest Arthesia Drück.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2017:3346, Gerechtshof Den Haag, 24-11-2017, 001529-17
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHAMS:2017:1505, Gerechtshof Amsterdam, 21-03-2017, 16/00323
Gerechtshof Amsterdam · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBNHO:2016:4995, Rechtbank Noord-Holland, 21-06-2016, AWB - 15 _ 25
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:GHAMS:2014:5497, Gerechtshof Amsterdam, 20-11-2014, 13/00490 en 13/00491
Gerechtshof Amsterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 december 2013
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Bestuursrecht; BelastingrechtZaaknummer
13/00140
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2013:4801