ECLI:NL:GHAMS:2016:3033, Gerechtshof Amsterdam, 26-07-2016, 200.169.348/01 — GHAMS:2016:3033
Samenvatting
Partneralimentatie; In principaal hoger beroep: Het hof is van oordeel dat de man niet is geslaagd in het tegenbewijs. De door de vrouw in principaal hoger beroep aangevoerde grief, inhoudende dat zij, gezien haar arbeidsongeschiktheid, anders dan de rechtbank heeft overwogen wel degelijk aanvullende behoefte heeft aan een uitkering tot haar levensonderhoud, slaagt derhalve. In voorwaardelijk incidenteel hoger beroep: Samenleven in de zin van artikel 1:160 BW; lotsverbondenheid; draagkracht van de man; jusvergelijking; Er is geen aanleiding voor beperking van de duur van de alimentatieverplichting.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:14875, Rechtbank Rotterdam, 01-10-2025, C/10/680680 / HA ZA 24-514tv
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2024:13128, Rechtbank Rotterdam, 04-12-2024, C/10/680680 / HA ZA 24-514incident
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2024:2362, Gerechtshof Amsterdam, 16-07-2024, 200.298.161/01 + 200.298.163/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2024:532, Gerechtshof Amsterdam, 13-02-2024, 200.315.083/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 juli 2016
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
200.169.348/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2016:3033