ECLI:NL:GHAMS:2019:4307, Gerechtshof Amsterdam, 03-12-2019, 200.233.858/01 — GHAMS:2019:4307
Samenvatting
Verzekeringsrecht. Procesrecht. Misbruik van procesrecht / onrechtmatig procederen. Contractsoverneming van een samenwerkingsovereenkomst/verzekeringsportefeuille? Niet kan worden vastgesteld dat de overeenkomst waarop een beroep wordt gedaan een contractsoverneming (artikel 6:159 BW) inhoudt. Ook kan op grond van de overige omstandigheden niet worden aangenomen dat appellante rechthebbende is geworden op de portefeuille. De overeenkomst waarop de contractsoverneming wordt gebaseerd is twee weken voor het pleidooi in hoger beroep overgelegd. Daaruit blijkt dat de tot en met de memorie van grieven ingenomen stellingname onjuist is. Appellante kende deze onjuistheid en moest op voorhand begrijpend dat de stellingname geen kans van slagen had. Onrechtmatig is gehandeld door een procedure aan te spannen. Veroordeling tot vergoeding van de daardoor veroorzaakte schade.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2026:1107, Rechtbank Amsterdam, 05-02-2026, C/13/769512 / HA RK 25-169
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2025:22358, Rechtbank Den Haag, 26-11-2025, C/09/681538 / HA ZA 25-229
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2025:15280, Rechtbank Den Haag, 13-08-2025, 681538 / 25-229
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Internationaal Privaatrecht
ECLI:NL:RBOBR:2024:4975, Rechtbank Oost-Brabant, 23-10-2024, C/01/404226 / HA ZA 24-302
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
3 december 2019
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.233.858/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2019:4307