Jeugdige vrijgesproken van medeplegen gewapende straatroof — GHAMS:2020:146
Strafrecht – vrijspraak medeplegen/medeplichtigheid gewapende straatroof (jeugdige verdachte)
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie (advocaat-generaal)
Verweerder / gedaagde
Verdachte, geboren in 2000
Het gerechtshof sprak de verdachte volledig vrij van zowel medeplegen als medeplichtigheid aan de gewapende straatroof en wees de vordering tot gevangenneming af.
- Niet bewezen dat de verdachte wist van een plan om de woning te overvallen, noch dat hij op het erf aanwezig was.
- Ten overvloede: zelfs bij bekendheid met een woningovervalsplan is de beroving van een toevallige voorbijganger geen zo waarschijnlijke mogelijkheid dat dit als medeplegen kan worden toegerekend.
- Onderscheid met de 'Nijmeegse scooterzaak' (HR 2018): die situatie was onvoldoende vergelijkbaar om dezelfde redenering toe te passen.
- Zowel medeplegen als medeplichtigheid aan diefstal met geweld niet bewezen wegens gebrek aan bewijs voor nauwe en bewuste samenwerking.
- Vordering tot gevangenneming afgewezen als gevolg van de vrijspraak.
Samenvatting
In de nacht van 28 september 2018 werd een jongeman in het kleine Westfriese dorp Wijdenes overvallen door twee mannen die over het hek van een woning sprongen. Ze bedreigden hem met een vuurwapen, sloegen hem en stalen zijn telefoon en scootersleutels. Twintig minuten later hield de politie een auto aan met drie personen: twee medeverdachten en de destijds 18-jarige verdachte, die op de bijrijdersstoel zat. Onder zijn stoel werd het vuurwapen gevonden, evenals de gestolen telefoon. De medeverdachten droegen belastend bewijs bij zich.
De rechtbank Noord-Holland had de verdachte in eerste aanleg veroordeeld, ervan uitgaande dat de drie mannen samen van plan waren geweest een woningoverval te plegen en dat de beroving van de toevallig aanwezige aangever als uitvloeisel van dat gezamenlijke plan aan alle drie kon worden toegerekend. Het Openbaar Ministerie vroeg in hoger beroep om een onvoorwaardelijke plaatsing in een jeugdinrichting.
Het gerechtshof Amsterdam denkt daar fundamenteel anders over. De centrale vraag is of de verdachte wist van een plan om de woning te overvallen én of hij actief heeft meegedaan. Het hof stelt vast dat dit niet met voldoende zekerheid kan worden bewezen. Er is weliswaar bewijs dat hij ter plekke was, maar niet dat hij op het hoogte was van een concreet overvalsplan. Ook kon niet worden vastgesteld of hij zelf op het erf van de woning was geweest: de signalementsbeschrijvingen boden daarvoor onvoldoende houvast, en getuigenverklaringen waren niet eenduidig genoeg.
Het hof gaat nog een stap verder in een zogeheten 'overweging ten overvloede': zelfs als de verdachte wél op de hoogte was geweest van een plan, dan nog zou dat niet automatisch betekenen dat hij medeschuldig is aan de straatberoving. Een willekeurige voorbijganger die toevallig voor een hek staat, overvallen worden is volgens het hof geen 'zo waarschijnlijke mogelijkheid' dat die geacht moet worden onderdeel te zijn van een afgesproken woningoverval. Het hof wijst daarmee de redenering af die de rechtbank ontleende aan een eerder arrest van de Hoge Raad over een scootervlucht in Nijmegen, en oordeelt dat die zaak te weinig vergelijkbaar is.
Het resultaat is een volledige vrijspraak. De verdachte wordt niet veroordeeld als medepleger, noch als medeplichtige aan de gewapende straatroof. De vordering van de advocaat-generaal om de verdachte per direct gevangen te nemen wordt eveneens afgewezen, omdat die maatregel bij vrijspraak zinloos is.
Betrokken advocaten
raadsman (naam niet vermeld)
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2024:3021, Gerechtshof Amsterdam, 29-10-2024, 000422-24
Gerechtshof Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:GHAMS:2023:3019, Gerechtshof Amsterdam, 12-12-2023, 23-000180-21
Gerechtshof Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:GHAMS:2022:3346, Gerechtshof Amsterdam, 28-11-2022, 23-002304-20
Gerechtshof Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:GHAMS:2018:1536, Gerechtshof Amsterdam, 23-03-2018, 23-000885-17
Gerechtshof Amsterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 januari 2020
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23-002295-19
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2020:146