ECLI:NL:GHAMS:2022:1340, Gerechtshof Amsterdam, 03-05-2022, 200.299.191/01 — GHAMS:2022:1340
Samenvatting
Executiegeschil; geïntimeerde heeft ten laste van de Inspecteur van de belastingdienst executoriaal derdenbeslag (onder de ING bank) gelegd om aldus betaling te verkrijgen van een eerder aan geïntimeerde gecedeerde vordering inzake proces- en griffiekosten waartoe de Inspecteur eerder was veroordeeld in een belastinggeschil met een belastingplichtige (de cedent die deze vordering aan geïntimeerde had gecedeerd). De Inspecteur resp. de Ontvanger van de Belastingdienst vorderen opheffing van dit executoriale beslag waarbij zij zich erop beroepen dat voor de cessie van deze vordering geen toestemming was verleend aan de cedent en dat die cedent nog belastingschulden heeft openstaan waarmee de vordering inzake proces- en griffiekosten kan worden verrekend. Uitleg van artikel 24 lid 1 sub b en artikel 24 lid 4 Invorderingswet 1990. Is de weigering van instemming met de cessie onrechtmatig? Is de Ontvanger bevoegd om de bedragen (proces- en griffiekosten) die de Inspecteur verschuldigd is aan de belastingplichtige te verrekenen met openstaande belastingschulden van die belastingplichtige?
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2021:7867, Rechtbank Amsterdam, 09-08-2021, C/13/704327 / KG ZA 21-586
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2020:2554, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11-08-2020, 200.245.613_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2020:14237, Rechtbank Den Haag, 13-02-2020, C/09/579439 / HA RK 19-528
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2019:6, Rechtbank Amsterdam, 23-01-2019, C/13/645881 / HA ZA 18-344
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
3 mei 2022
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.299.191/01
Procedure
Hoger beroep kort geding
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:1340