ECLI:NL:GHAMS:2022:2193, Gerechtshof Amsterdam, 26-07-2022, 200.302.841/01 — GHAMS:2022:2193
Samenvatting
‘Wwz arbeidsrecht. Geen sprake van een arbeidsovereenkomst omdat geen sprake was van een gezagsverhouding. Geen organisatorische inbedding (werkzaamheden betroffen niet de core business, maar zagen op specifieke deskundigheid), geen instructiebevoegdheid. Er is gesproken over een arbeidsovereenkomst, maar daar is het niet toe gekomen. Gelet op samenwerking van ruim veertien maanden is opzegging met onmiddellijke ingang niet redelijk, het hof acht een opzegtermijn van een maand redelijk.’
Betrokken advocaten
mr. N.H.P. Schatorjé te Amsterdam
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2026:2571, Rechtbank Noord-Holland, 02-03-2026, 11999307
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:2507, Rechtbank Amsterdam, 17-04-2025, 11358637 \ CV EXPL 24-13267
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2025:725, Rechtbank Amsterdam, 05-02-2025, 751332
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2024:5684, Rechtbank Noord-Holland, 27-05-2024, 11080691 \ VV EXPL 24-80
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 juli 2022
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.302.841/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:2193