Juristi.nl
ECLI:NL:GHAMS:2022:304Civiel Recht

ECLI:NL:GHAMS:2022:304, Gerechtshof Amsterdam, 08-02-2022, 200.275.420/01 — GHAMS:2022:304

Samenvatting

Een voormalig managing director van een bedrijf in de offshore business heeft tijdens zijn dienstverband met een door hem opgericht en gehouden bedrijf als tussenpersoon (broker), inkomsten gegenereerd uit transacties die dit bedrijf tot stand bracht tussen zijn werkgever en derden, en tussen klanten van zijn werkgever en derden, onder meer bestaande uit commissie op basis van een langlopend commissiecontract. In eerste aanleg had de werknemer betaling van onder meer een bonus gevorderd. De werkgever had in reconventie een bedrag van ca € 700.000,-- aan verbeurde boetes gevorderd wegens overtreding van het in de arbeidsovereenkomst opgenomen verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden en overtreding van het geheimhoudingsbeding. De kantonrechter heeft de vorderingen in conventie afgewezen en die in reconventie toegewezen. In hoger beroep blijkt voor het eerst van het bestaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst waarin geen boetebepaling is opgenomen. De vordering van de werkgever in hoger beroep betreft na eiswijziging schadevergoeding uit hoofde van wanprestatie en onrechtmatige daad. Het hof oordeelt dat de gewijzigde vorderingen van de werkgever in hoger beroep stranden op het feit dat onvoldoende is gesteld om de conclusie te rechtvaardigen dat de werkgever als gevolg van het handelen van de werknemer schade heeft geleden. Volgt vernietiging van het vonnis in eerste aanleg. De vordering van de werkgever tot betaling van de kosten van het onderzoeksrapport (welk rapport is verzocht om duidelijkheid te verkrijgen onder meer over de betrokkenheid van de werknemer bij het door hem gehouden brokersbedrijf) wordt voor een klein gedeelte toegewezen. De vordering van werknemer tot betaling van de bonus wordt afgewezen wegens een gegrond beroep op dwaling zijdens werkgever, en de vordering van de werknemer tot betaling van onkosten wordt toegewezen. Wetsartikelen: 6:74 BW, 6:162 BW, 7:611 BW

Betrokken advocaten

mr. N.H. Margetson

appellant

MMRL Advocaten, ROTTERDAM

mr. C.N. Schmidt

appellant

MMRL Advocaten, ROTTERDAM

mr. A.C. Steensma

appellant

SteensmaEven, ROTTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

8 februari 2022

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

200.275.420/01

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHAMS:2022:304

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHAMS:2026:840
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:835
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:833
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:850
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:842
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht