ECLI:NL:GHAMS:2022:3450, Gerechtshof Amsterdam, 06-12-2022, 200.296.177/01 — GHAMS:2022:3450
Samenvatting
Geldleningen tussen twee bevriende echtparen. In eerste aanleg zijn de vorderingen van echtpaar A op echtpaar B uit hoofde van de geldleenovereenkomsten uitsluitend ten aanzien van de man toegewezen, omdat echtpaar B niet in gemeenschap van goederen was gehuwd en de vrouw van echtpaar B geen partij was bij deze overeenkomsten. In hoger beroep is de vordering van echtpaar A op de vrouw in het echtpaar B alsnog toegewezen, voor zover de leningen bestemd waren voor uitgaven ten behoeve van de gewone gang van de huishouding. Vordering jegens de vrouw in echtpaar B niet verjaard, behoudens ten aanzien van een deel van de rentevordering. artikel 1:85 BW, artikel 3:306 BW, artikel 3:308 BW
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2025:8850, Rechtbank Gelderland, 08-10-2025, 11826705
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:4424, Rechtbank Gelderland, 27-05-2025, 11446270 \ AZ VERZ 24-40
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2025:3168, Rechtbank Amsterdam, 22-05-2025, 11537698 \ CV EXPL 25-2878
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Goederenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:2357, Rechtbank Noord-Holland, 05-03-2025, C/15/344305 / HA ZA 23-526
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 december 2022
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.296.177/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:3450