ECLI:NL:GHAMS:2022:3533, Gerechtshof Amsterdam, 13-12-2022, 200.299.520/01 — GHAMS:2022:3533
Samenvatting
Onderhavige procedure is ingeleid met een appeldagvaarding in plaats van met een beroepschrift. De stelling dat artikel 69 Rv niet zo ver gaat dat het verzuim van het ontbreken van de beroepsgronden na ommekomst van de appeltermijn nog hersteld kan worden, vindt geen steun in het recht. Niet is gebleken van misbruik van procesrecht. Appellant daarom ontvankelijk in zijn hoger beroep. Werknemer heeft geen aannemelijke verklaring gegeven voor het feit dat hij tot driemaal toe geld uit de kassa heeft gepakt. Dit handelen vormt - ook in hoger beroep - een dringende reden voor ontslag op staande voet. De door werknemer gedane verzoeken stuiten hierop af. Volgt bekrachtiging beschikking.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:5828, Rechtbank Amsterdam, 19-08-2025, 200.343.414
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2024:1026, Rechtbank Amsterdam, 23-02-2024, C/13/744899 / KG ZA 24-19
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Goederenrecht
ECLI:NL:RBMNE:2023:4681, Rechtbank Midden-Nederland, 09-08-2023, C/16/550 108 / HA ZA 23-6
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2023:1915, Gerechtshof Amsterdam, 08-08-2023, 200.317.968/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
13 december 2022
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.299.520/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2022:3533