ECLI:NL:GHAMS:2023:1289, Gerechtshof Amsterdam, 09-05-2023, 200.296.432/01 — GHAMS:2023:1289
Samenvatting
Toepassing van de zogeheten cao-norm brengt met zich dat de formulering die in de bouwregelingen ter aanduiding van de werkingssfeer wordt gebruikt zodanig moet zijn dat het voor een gemiddelde werkgever bij lezing daarvan duidelijk is, of naar objectieve maatstaven redelijkerwijs moet zijn, dat zijn bedrijfsactiviteiten vallen onder de werkingssfeer daarvan. De onderhavige tekst van de werkingssfeerbepaling voldoet niet aan deze eisen van duidelijkheid. Verklaring voor recht dat appellante met haar onderneming niet onder de werkingssfeer van de bouwregelingen valt is daarom toewijsbaar. Volgt vernietiging vonnis.
Betrokken advocaten
mr. B. Koopmans
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2026:166, Gerechtshof Amsterdam, 20-01-2026, 200.349.850
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2026:132, Rechtbank Noord-Holland, 08-01-2026, 368369
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBZWB:2025:9603, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 19-12-2025, C/02/438993 / HA RK 25-199
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2025:3502, Gerechtshof Amsterdam, 16-12-2025, 200.336.614/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
9 mei 2023
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.296.432/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:1289