ECLI:NL:GHAMS:2023:2518, Gerechtshof Amsterdam, 26-09-2023, 200.328.769/01 — GHAMS:2023:2518
Samenvatting
Een franchisenemer opent een tweede locatie zonder dat voor die locatie een afzonderlijke franchiseovereenkomst wordt gesloten. Wel wordt ook daarvoor een franchisevergoeding betaald en wordt de nieuwe locatie onder naam van de franchiseketen gedreven. De vraag is of voor die locatie ook het non-concurrentiebeding geldt zoals dat standaard in de franchiseovereenkomst is opgenomen. Het hof oordeelt in kort geding - evenals de voorzieningenrechter in eerste aanleg - dat dit vooralsnog als uitkomst in de bodemprocedure kan worden aangenomen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2025:2781, Gerechtshof Den Haag, 18-02-2025, 200.333.103
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
ECLI:NL:GHDHA:2022:2394, Gerechtshof Den Haag, 13-12-2022, 200.308.043/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2022:8632, Rechtbank Amsterdam, 13-07-2022, C/13/704032/HA ZA 21-602
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
ECLI:NL:RBGEL:2022:2870, Rechtbank Gelderland, 08-06-2022, C/05/396208 / HZ ZA 21-385
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
26 september 2023
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.328.769/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:2518