ECLI:NL:GHAMS:2023:2713, Gerechtshof Amsterdam, 25-10-2023, 200.320.433/01 — GHAMS:2023:2713
Samenvatting
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst van een medewerker van de Rechtbank terecht is ontbonden omdat hij heeft nagelaten aan zijn werkgever te melden dat hij (mede)verdachte was van een strafbaar feit (valsheid in geschrifte/hypotheekfraude). Het hof is van oordeel dat het niet melden verwijtbaar is, maar niet zodanig verwijtbaar dat dit ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. Het verzoek van de werknemer tot herstel van de arbeidsovereenkomst wordt toegewezen per 1 januari 2024. Appellant mag de reeds betaalde transitievergoeding houden, zij het dat die wordt aangewend als voorziening voor de onderbreking van de arbeidsovereenkomst.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:1983, Gerechtshof Amsterdam, 29-07-2025, 200.349.175/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2025:1323, Rechtbank Rotterdam, 29-01-2025, C/10/668245 / HA ZA 23-958
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:11241, Rechtbank Rotterdam, 06-11-2024, C/10/663441 / HA ZA 23-676
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2024:8132, Rechtbank Rotterdam, 14-08-2024, C/10/663441 / HA ZA 23-676
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
25 oktober 2023
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.320.433/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:2713