ECLI:NL:GHAMS:2023:3091, Gerechtshof Amsterdam, 12-12-2023, 200.323.172/01 — GHAMS:2023:3091
Samenvatting
Tussenarrest. Arbeidsrecht. Naar het oordeel van het hof kan niet gezegd worden dat op 2 en/of op 15 december 2021 sprake is van een duidelijke en ondubbelzinnige opzegging van het dienstverband door de werknemer. De enkele opmerking van de werknemer dat “hij er klaar mee is” is daarvoor niet voldoende. Het hof is van oordeel dat de arbeidsovereenkomst op 2 juni 2022 wel rechtsgeldig is geëindigd. Ter zitting heeft de werknemer toegelicht dat hij over de periode van 15 december 2021 tot en met 2 juni 2022 geen inkomsten heeft ontvangen, maar hij heeft die stelling verder niet onderbouwd met stukken. Het hof ziet daarom aanleiding om de door de werkgever verzochte overlegging van verificatoire bescheiden die inzichtelijk maken welke inkomsten aan salaris de werknemer heeft gehad over de genoemde periode, toe te wijzen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2024:20291, Rechtbank Den Haag, 27-11-2024, C/09/666149 / HA ZA 24-421
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2024:2619, Gerechtshof Amsterdam, 17-09-2024, 200.322.752/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2024:9559, Rechtbank Noord-Holland, 28-08-2024, C/15/326834 / HA ZA 22-227
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:1238, Gerechtshof Amsterdam, 07-05-2024, 200.323.172/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
12 december 2023
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.323.172/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:3091