ECLI:NL:GHAMS:2023:3103, Gerechtshof Amsterdam, 12-12-2023, 200.316.331/01 — GHAMS:2023:3103
Samenvatting
Werknemer is als chauffeur werkzaam geweest bij werkgever. Partijen zijn het niet eens over de “waarde van een vakantiedag”: de hoogte van het loon dat moet worden betaald als een werknemer vakantie opneemt. Gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het doel van de Arbeidstijdenrichtlijn is werkgever door de kantonrechter veroordeeld tot nabetaling aan werknemer, ook van het achterstallig loon over de periode dat werknemer in dienst is geweest van de onderneming die door werknemer en de kantonrechter (op grond van overgang van onderneming) als de rechtsvoorgangster van werkgever is beschouwd. Werknemer had structureel recht op (overwerk)toeslagen en vergoedingen en het opnemen van vakantie mocht werknemer niet in een financieel nadeligere positie brengen dan als hij had gewerkt.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2023:2483, Gerechtshof Amsterdam, 12-09-2023, 200.330.830/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2023:930, Gerechtshof Den Haag, 23-05-2023, 200.306.677/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2023:931, Gerechtshof Den Haag, 23-05-2023, 200.288.803/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:GHAMS:2023:1060, Gerechtshof Amsterdam, 02-05-2023, 200.303.077/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
12 december 2023
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.316.331/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:3103