ECLI:NL:GHAMS:2024:1097, Gerechtshof Amsterdam, 13-02-2024, 200.303.743/01 — GHAMS:2024:1097
Samenvatting
Aanneming van werk. De tussen partijen gesloten overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een aannemingsovereenkomst op basis van een richtprijs. Aannemer was niet gerechtigd meerwerk in rekening te brengen, anders dan voor het casco van de uitbouw. Het werk vertoont gebreken en de aannemer is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Opdrachtgever heeft de aannemingsovereenkomst terecht ontbonden. De aannemer is gehouden het door de opdrachtgever te veel betaalde aan haar terug te betalen en de schade te vergoeden die opdrachtgever als gevolg van die tekortkomingen heeft geleden. De bestuurder/enig aandeelhouder van de aannemer is naast de aannemer hoofdelijk aansprakelijk voor vergoeding van die schade omdat hij namens de vennootschap verplichtingen is aangegaan waarvan hij wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de vennootschap deze verplichtingen niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden voor de als gevolg van deze wanprestatie te lijden schade. Van dit handelen kan de bestuurder een ernstig verwijt worden gemaakt. In eerste aanleg zijn de vennootschap en de bestuurder hoofdelijk veroordeeld tot nakoming van de aannemingsovereenkomst. Aan hen beiden is een dwangsom opgelegd, die ook is verbeurd. De verschuldigdheid van die dwangsom is niet komen te vervallen doordat de aannemingsovereenkomst nadien door de opdrachtgever is ontbonden. De bestuurder voert terecht aan dat de dwangsom niet aan hem had kunnen worden opgelegd omdat hij geen partij was bij de aannemingsovereenkomst. Een veroordeling tot nakoming kan ook niet haar grondslag vinden in bestuurdersaansprakelijkheid of vereenzelviging. Het hof ziet geen aanleiding om de dwangsom of de te betalen schadevergoeding te matigen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:441, Gerechtshof Amsterdam, 18-02-2025, 200.330.511/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHSHE:2024:4063, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-12-2024, 200.346.278_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:RBZWB:2024:8287, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 05-12-2024, C/02/427730 / KG ZA 24-505 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2023:7494, Rechtbank Gelderland, 25-10-2023, 409523
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
13 februari 2024
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.303.743/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:1097