ECLI:NL:GHAMS:2024:146, Gerechtshof Amsterdam, 23-01-2024, 200.323.944/01 — GHAMS:2024:146
Samenvatting
WWZ. Geschil (in hoger beroep) over de vraag of de werknemer recht heeft op een billijke vergoeding. Het hof is van oordeel dat de werkgever, hoewel zij steken heeft laten vallen in de wijze waarop het onderzoek naar het gedrag van de werknemer is verricht, niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Er wordt geconcludeerd dat jegens de werknemer geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan de zijde van de werkgever als bedoeld in artikel 7:682 lid 1 sub c BW. Aan de werknemer komt daarmee geen billijke vergoeding toe.
Betrokken advocaten
mr. A.J.P. van Beurden te Utrecht
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:1225, Gerechtshof Amsterdam, 20-05-2025, 200.340.479
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:CRVB:2024:2132, Centrale Raad van Beroep, 14-11-2024, 23/2976 WW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:860, Gerechtshof Amsterdam, 09-04-2024, 200.315.260/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2023:732, Gerechtshof Amsterdam, 28-03-2023, 200.301.890/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
23 januari 2024
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.323.944/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:146