ECLI:NL:GHAMS:2024:2272, Gerechtshof Amsterdam, 25-06-2024, 200.333.328/01 — GHAMS:2024:2272
Samenvatting
Arbeidsrecht. De zaak gaat over de wijze waarop de transitievergoeding moet worden berekend. Het hof oordeelt dat onverkorte toepassing van de wettelijke referteperiode in dit geval niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Verder oordeelt het dat de pensioentoeslag en (de waarde van) toegekende aandelen en opties beschouwing blijven bij het berekenen van de transitievergoeding. Dat geldt ook voor de ‘Deferred annual bonus’ over 2017/2018, waarvan de rechtbank had geoordeeld dat die wel meegenomen moest worden. Het hof is, anders dan de rechtbank, van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de werknemer recht had op (of vergaand in onderhandeling waren over) een uitbetaling in geld in plaats van toekenning in aandelen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:5112, Rechtbank Midden-Nederland, 29-08-2025, 11753211 UE VERZ 25-183
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBOBR:2025:3256, Rechtbank Oost-Brabant, 05-06-2025, 11516355
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2023:5943, Rechtbank Rotterdam, 11-07-2023, 10480230 VZ VERZ 23-5296
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBAMS:2022:3984, Rechtbank Amsterdam, 09-06-2022, 9880643 KK EXPL 22-295
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
25 juni 2024
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.333.328/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:2272