ECLI:NL:GHAMS:2024:2450, Gerechtshof Amsterdam, 06-08-2024, 200.337.364/01 — GHAMS:2024:2450
Samenvatting
In deze zaak gaat het om de vraag of de werknemer, een barmedewerker in een coffeeshop, terecht op staande voet ontslagen is. Het hof oordeelt, anders dan de kantonrechter, dat dat niet het geval is. Op basis van de camerabeelden valt niet vast te stellen dat de werknemer zakjes wiet/hasj heeft afgeroomd. De werknemer heeft erkend dat hij soms verkopen niet op de kassa aansloeg en geld uit de kassa in zijn broekzak stopte, maar, nu vaststaat dat er geen sprake is van kas- of voorraad tekorten, leveren deze gronden, ook in samenhang bezien, geen dringende reden op voor een ontslag op staande voet. Ook van ernstig ver¬wijtbaar handelen is geen sprake. De verzoeken van de werknemer tot toekenning van de transitie¬vergoeding, de gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding worden toegewezen. Daarnaast wordt de werkgever veroordeeld tot betaling aan de werknemer van de gefixeerde schadevergoeding die bij de eindafrekening ten onrechte is ingehouden
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:3309, Gerechtshof Amsterdam, 16-12-2025, 200.356.707
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2025:9313, Rechtbank Amsterdam, 04-11-2025, 11648667
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2025:8413, Rechtbank Amsterdam, 24-10-2025, 11645528 KK EXPL 25-228
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2025:5186, Rechtbank Midden-Nederland, 24-09-2025, 25/76
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 augustus 2024
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.337.364/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:2450