ECLI:NL:GHAMS:2024:2472, Gerechtshof Amsterdam, 20-08-2024, 200.336.145/01 — GHAMS:2024:2472
Samenvatting
Het gaat in deze zaak om de vraag of tussen partijen een arbeidsovereenkomst heeft bestaan. De kantonrechter heeft die vraag in het voordeel van de apotheek ontkennend beantwoord tegen de achtergrond dat de gestelde arbeidsovereenkomst buiten medeweten van de apotheek is aangegaan daarbij vertegenwoordigd door haar beherend apotheker/statutair bestuurder, die destijds tevens de echtgenoot was van appellante en naderhand op verdenking van fraude is ontslagen. Het hof komt in het kader van dit kort geding tot een ander oordeel en beantwoordt de vraag in het voordeel van eiseres/appellante omdat van een aandeel in of zelfs maar wetenschap van het doen en laten van haar (inmiddels ex-) echtgenoot vooralsnog niet is gebleken. De vordering wordt in hoger alsnog (deels) toegewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2025:14903, Rechtbank Noord-Holland, 20-11-2025, 11699343 \ AO VERZ 25-26 en 11706554 \ AO VERZ 25-28
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:GHDHA:2025:1585, Gerechtshof Den Haag, 26-08-2025, 200.348.568/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2025:2180, Rechtbank Midden-Nederland, 29-04-2025, 11643669 \ AV EXPL 25-23
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:17274, Rechtbank Den Haag, 24-10-2024, 11311607 RL EXPL 24-17418
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
20 augustus 2024
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.336.145/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:2472