ECLI:NL:GHAMS:2024:3065, Gerechtshof Amsterdam, 05-11-2024, 200.341.762/01 — GHAMS:2024:3065
Samenvatting
Loonvordering in kort geding met een beroep op een schriftelijke arbeidsovereenkomst waarvan de echtheid wordt betwist. Het hof neemt - anders dan de voorzieningenrechter - de dwingende bewijskracht van de schriftelijke arbeidsovereenkomst tot uitgangspunt. De afwijzing van de vordering houdt niettemin stand onder meer omdat geen informatie is verschaft over de bodemzaak waarin binnen twee weken na de memorie van grieven uitspraak werd verwacht; art. 21 en 157 lid 2 Rv, afstemmingsregel.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:23507, Rechtbank Den Haag, 03-09-2025, C/09/672221 / HA ZA 24-769
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2025:7455, Rechtbank Gelderland, 25-06-2025, C/05/447177 / HA ZA 25-52
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2025:2199, Rechtbank Rotterdam, 21-02-2025, 11487733 VV EXPL 25-26
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:627, Gerechtshof Amsterdam, 20-02-2024, 200.301.893/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
5 november 2024
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.341.762/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:3065