ECLI:NL:GHAMS:2024:757, Gerechtshof Amsterdam, 26-03-2024, 200.329.734/01 — GHAMS:2024:757
Samenvatting
De beslagene die in kort geding opheffing van het beslag vordert kan – zonder enig aanknopingspunt in de wet – voor de toepassing van artikel 353 lid 2 Rv niet als ‘oorspronkelijke gedaagde’ in de zin van die bepaling worden beschouwd. Voorts volgt uit artikel 353 lid 2 jo. 224 lid 1 Rv dat zekerheid kan worden verlangd van degene die in eerste aanleg een ‘vordering’ heeft ingesteld, bijvoorbeeld in de inleidende dagvaarding, in reconventie of in tussenkomst. Het aan de procedure in eerste aanleg voorafgaande verzoek om beslagverlof is niet zo’n in eerste aanleg ingestelde vordering en daarmee ook niet gelijk te stellen.
Betrokken advocaten
mr. I.M. Uwe-Ntukabumwe te Den Bosch
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2023:12194, Rechtbank Noord-Holland, 29-11-2023, 340898
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHSHE:2023:1760, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30-05-2023, 200.316.514_01 en 200.318.141_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:RBOVE:2021:4242, Rechtbank Overijssel, 11-11-2021, C/08/271598 / KG ZA 21-220
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2021:1937, Rechtbank Overijssel, 07-05-2021, 264004/ KG ZA 21-77
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2024
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.329.734/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:757