ECLI:NL:GHAMS:2025:1060, Gerechtshof Amsterdam, 22-04-2025, 200.318.202/01 — GHAMS:2025:1060
Samenvatting
Deze zaak gaat over een perceel op een vakantiepark dat is verhuurd en waarop de huurder een vakantiewoning in eigendom heeft. In artikel 17 van de huurovereenkomst staat dat de verhuurders zich het recht voorbehouden om de koper een nieuwe huurovereenkomst aan te bieden. Tussen partijen is in geschil of de verhuurders hadden moeten meewerken aan de verkoop door huurder van de vakantiewoning aan een derde, door een huurovereenkomst aan te bieden aan deze derde voor het perceel waarop de vakantiewoning staat. Het hof is van oordeel dat de tussen partijen gesloten huurovereenkomst onder het bereik valt van de Richtlijn EEG/93/13 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de Richtlijn oneerlijke bedingen) en dat het voorbehoud in artikel 17 van de huurovereenkomst oneerlijk is.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2025:15054, Rechtbank Noord-Holland, 29-12-2025, C/15/365263 HA RK 25-75
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2025:5922, Rechtbank Midden-Nederland, 19-11-2025, C/16/584612 / HA ZA 24-583
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6242, Rechtbank Midden-Nederland, 19-11-2025, 11476415 \ UE VERZ 25-2
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2025:6926, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-11-2025, 200.340.420/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
22 april 2025
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.318.202/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:1060