ECLI:NL:GHAMS:2025:2211, Gerechtshof Amsterdam, 07-04-2025, 23-001644-22 — GHAMS:2025:2211
Samenvatting
Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig onderzoek van de zaak. Om die reden zal het hof, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:465, Gerechtshof Amsterdam, 20-02-2025, 23-000306-21
Gerechtshof Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:1634, Gerechtshof Amsterdam, 13-06-2024, 23-002902-23
Gerechtshof Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:GHAMS:2023:3031, Gerechtshof Amsterdam, 14-12-2023, 23-000937-23
Gerechtshof Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:GHAMS:2022:3411, Gerechtshof Amsterdam, 01-12-2022, 23-000924-22
Gerechtshof Amsterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 april 2025
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23-001644-22
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:2211