ECLI:NL:GHAMS:2025:2365, Gerechtshof Amsterdam, 09-09-2025, 200.335.072 — GHAMS:2025:2365
Samenvatting
Schadestaatprocedure. In de hoofdprocedure heeft de rechtbank geoordeeld dat sprake is van een onrechtmatige daad van het UWV omdat haar rechtsvoorganger in 1983 beschikte over een rapport dat van belang was voor het vaststellen van de hoogte van de uitkering van appellant, maar dat rapport desondanks niet aan hem heeft overgelegd op zijn verzoek om de relevante stukken. Appellant vordert vergoeding van renteschade over de misgelopen uitkering/suppletie over jaren. Het hof oordeelt dat oud-BW van toepassing is op de renteschade en beoordeelt hoe deze schade moet worden berekend. Tevens oordeelt het hof dat appellant recht heeft op smartengeld.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2026:823, Gerechtshof Amsterdam, 26-03-2026, 200.365.461/01
Gerechtshof Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:GHAMS:2026:850, Gerechtshof Amsterdam, 24-03-2026, 200.355.437
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2026:381, Gerechtshof Den Haag, 24-03-2026, 200.341.784/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHDHA:2026:382, Gerechtshof Den Haag, 24-03-2026, 200.342.780/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 september 2025
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.335.072
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:2365