ECLI:NL:GHAMS:2025:3258, Gerechtshof Amsterdam, 09-12-2025, 200.345.741 — GHAMS:2025:3258
Samenvatting
Deze zaak gaat over een WIA-excedentverzekering die geïntimeerde voor appellant heeft afgesloten. Appellant stelt zich op het standpunt dat zijn uitkering door toedoen van geïntimeerde te laag is vastgesteld, waardoor hij schade lijdt die geïntimeerde moet vergoeden. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen omdat deze onder het finale kwijtingsbeding in de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst valt. Het hof oordeelt dat het finale kwijtingsbeding niet aan toewijzing van de vordering in de weg staat, en verwijst de zaak naar de schadestaatprocedure. Wetsartikelen: art. 6:74 BW, 7:900 BW, art. 613 Rv.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2024:1382, Gerechtshof Amsterdam, 21-05-2024, 200.313.528/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2023:2713, Gerechtshof Amsterdam, 25-10-2023, 200.320.433/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2022:1965, Rechtbank Amsterdam, 13-04-2022, C/13/704357 / HA ZA 21-620
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2022:2036, Rechtbank Rotterdam, 16-03-2022, C/10/609629 / HA ZA 20-1191
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
9 december 2025
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.345.741
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:3258