Juristi.nl
ECLI:NL:GHAMS:2025:3258Civiel Recht

ECLI:NL:GHAMS:2025:3258, Gerechtshof Amsterdam, 09-12-2025, 200.345.741 — GHAMS:2025:3258

Samenvatting

Deze zaak gaat over een WIA-excedentverzekering die geïntimeerde voor appellant heeft afgesloten. Appellant stelt zich op het standpunt dat zijn uitkering door toedoen van geïntimeerde te laag is vastgesteld, waardoor hij schade lijdt die geïntimeerde moet vergoeden. De kantonrechter heeft de vordering afgewezen omdat deze onder het finale kwijtingsbeding in de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst valt. Het hof oordeelt dat het finale kwijtingsbeding niet aan toewijzing van de vordering in de weg staat, en verwijst de zaak naar de schadestaatprocedure. Wetsartikelen: art. 6:74 BW, 7:900 BW, art. 613 Rv.

Betrokken advocaten

mr. R. Gerretsen

appellant

Zumpolle Advocaten, UTRECHT

mr. E. Weijer

appellant

Zumpolle Advocaten, UTRECHT

mr. S. van Waegeningh

appellant

BINGH Advocaten, AMSTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

9 december 2025

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

200.345.741

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHAMS:2025:3258

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHAMS:2026:840
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:835
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:833
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:850
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:842
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht