ECLI:NL:GHAMS:2025:3303, Gerechtshof Amsterdam, 09-12-2025, 200.341.493 — GHAMS:2025:3303
Samenvatting
Het gaat in deze zaak om de vraag of werkgever de arbeidsovereenkomst met werknemer rechtsgeldig op grond van dwaling buitengerechtelijk mocht vernietigen. Het hof oordeelt dat werkgever, op wie ter zake de stelplicht en bewijslast rusten, onvoldoende heeft onderbouwd dat werknemer mededeling had behoren te doen aan werkgever omdat hij bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst beschikte over informatie omtrent zijn gezondheid, op grond waarvan hij wist of behoorde te weten dat deze hem ingrijpend en langdurig zou belemmeren in de uitoefening van de functie van monteur. Het beroep op dwaling slaagt ook niet in hoger beroep. Het hof concludeert dat werkgever de arbeidsovereenkomst met werknemer niet buitengerechtelijk mocht vernietigen
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2025:10746, Rechtbank Noord-Holland, 10-09-2025, 11693582 \ CV EXPL 25-1738
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:9761, Rechtbank Noord-Holland, 10-09-2025, 11525557 \ CV EXPL 25-458
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:10363, Rechtbank Noord-Holland, 13-08-2025, 364161
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2025:5382, Rechtbank Amsterdam, 22-07-2025, 11671609 \ EA VERZ 25-490
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 december 2025
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.341.493
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:3303