ECLI:NL:GHAMS:2025:387, Gerechtshof Amsterdam, 11-02-2025, 200.319.346/01 en 200.319.440/01 — GHAMS:2025:387
Samenvatting
VvE-zaak. In eerste aanleg vraagt een van de twee leden van een VvE (16 stemmen) in twee (gevoegde) zaken tegen zowel de VvE als het andere lid (84 stemmen) vernietiging van een aantal besluiten: goedkeuring jaarrekening 2021, begroting 2022, decharge over 2021, debiteurenbeheer, inschakelen juridische bijstand en extra ledenbijdragen (o.a. vanwege diverse procedures tussen partijen en onderhoudswerkzaamheden). De kantonrechter vernietigt een aantal besluiten (waaronder een vermeend besluit), een aantal andere niet. De VvE en het meerderheidslid komen afzonderlijk in hoger beroep, het minderheidslid appelleert incidenteel. Het tijdens de mondelinge behandeling voor het eerst gevoerde verweer van het minderheidslid dat de VvE niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep vanwege het mogelijk ontbreken van een procesmachtiging is in strijd met een goede procesorde (tardief). Het hof oordeelt in de zaak van de VvE over de vernietiging van sommige besluiten anders dan de kantonrechter. Daarvan is van belang: de jaarrekening over 2021 vermeldt terecht een vordering op het minderheidslid die door dit lid wordt betwist. Op grond van een impliciete incidentele grief van het minderheidslid vernietigt het hof een ander besluit (inschakelen van juridische bijstand) alsnog. Het hof beslist in het hoger beroep van het meerderheidslid voor wat betreft de ter discussie staande besluiten overeenkomstig de in de zaak tegen de VvE gegeven oordelen, ook al hebben de grieven van het meederheidslid daarop geen betrekking. Het stond het minderheidslid vrij om naast de VvE ook het meerderheidslid (immers belanghebbende) mede in rechte te betrekken. Grief van het meerderheidslid tegen door de kantonrechter aan haar gemaakte verwijten. Uitspraak: 11 februari 2025 Toepasselijke wetsartikelen: artikelen 2:8 en 2:15 BW.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2025:1593, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10-06-2025, 200.333.912_02
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:2776, Gerechtshof Amsterdam, 08-10-2024, 200.322.621/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2024:1681, Gerechtshof Amsterdam, 18-06-2024, 200.333.212/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2023:4437, Rechtbank Midden-Nederland, 30-08-2023, C/16/527471 / HA ZA 21-616
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 februari 2025
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.319.346/01 en 200.319.440/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:387