ECLI:NL:GHAMS:2025:441, Gerechtshof Amsterdam, 18-02-2025, 200.330.511/01 — GHAMS:2025:441
Samenvatting
“Zoon stelt dat zijn broer en schoonzus aan hem rekening en verantwoording dienen af te leggen, omdat zij volgens hem feitelijk het bewind over het inkomen en het vermogen van moeder voeren. Moeder staat nu onder bewind van een derde. Het hof is van oordeel dat het feit dat zoon (mogelijk) toekomstig erfgenaam is, niet ertoe leidt dat hij - naast de bewindvoerder - ter bescherming van zijn financiële belangen nu al het recht heeft om rekening en verantwoording te vorderen. Een wettelijke regeling hiertoe ontbreekt. Ook anderszins geen grond om te oordelen dat de zoon een zelfstandig recht tot het vorderen van rekening en verantwoording toekomt. Het doen van rekening en verantwoording strekt immers tot bescherming van de vermogensrechtelijke belangen van moeder en niet van de belangen van mogelijke toekomstige erfgenamen. Omdat de vermogensrechtelijke belangen van moeder inmiddels worden behartigd door een bewindvoerder, zal thans alleen de bewindvoerder rekening en verantwoording aan broer en schoonzus kunnen vragen.”
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2024:4063, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17-12-2024, 200.346.278_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht
ECLI:NL:RBZWB:2024:2052, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27-03-2024, C/02/409290 / HA ZA 23-251 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:1097, Gerechtshof Amsterdam, 13-02-2024, 200.303.743/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2023:7494, Rechtbank Gelderland, 25-10-2023, 409523
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
18 februari 2025
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
200.330.511/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:441